
Laatst sprak ik een vrouw die een groot deel van haar leven in een klein dorp in Turkije heeft gewoond. Gaandeweg het gesprek vertelde ze dat in haar dorp het begrip ‘burendeel’ een vanzelfsprekend iets was. Ik had er nog nooit van gehoord en vroeg haar mij uit te leggen wat dit betekende. Ze vertelde mij dat het in haar dorp zo was, dat wanneer iemand lekker gekookt had, en je buren letterlijk de geuren van je kookkunst konden opsnuiven, de bereider van de maaltijd min of meer verplicht is zijn of haar buren ook een bordje met lekkers te brengen. Mooi vond ik dat.
Bij thuiskomst dacht ik verder over deze ‘stille afspraak’ na. Stel dat je dit principe ook kunt toepassen op kennis. Stel dat een ander letterlijk kan ZIEN wat jij weet over wat op jouw vakgebied wel en wat niet werkt. Stel dat je vervolgens dit ‘kennisdeel’ weggeeft, ‘gewoon’ omdat het zo zichtbaar is voor anderen? Ik weet het, dat zijn we niet gewend. Want waar verdien je dan als adviseur, deskundige of professional je geld mee?
Boeddha sprak ooit van drie verschillende soorten van vrijgevigheid. Armoedige vrijgevigheid: weggeven wat je zelf niet meer wilt hebben, vriendschappelijke vrijgevigheid: delen wat je hebt, met iedereen die je maar tegenkomt en vorstelijke vrijgevigheid: meer weggeven dan je missen wilt. Geld, eten, spullen, maar ook tijd of kennis.
Wat ik in ieder geval uit eigen ervaring weet is dat het vorstelijk geven van kennis heel goed voelt. En is dat is voor mij soms beloning genoeg. Dus voordat u zich volgende keer voor uw kennis laat betalen, krap u zelf eens achter de oren en vraag u af of u werkelijk een factuur wilt sturen of dat het ook wel eens voor niets kan. Gewoon omdat u van uw vak ‘toevallig’ wat meer verstand heeft dan iemand anders.




